Kniebanden

Het kniegewricht bevat vier kniebanden. Een binnenste band, een buitenste band en twee kruisbanden.
Een gewrichtsband heeft als functie:

  • Verbinden van het dijbeen met het scheenbeen
  • Bedekken van het gewricht
  • Stabiliseren en verstevigen van het gewricht

Binnenband en buitenband voor stabiliteit

De binnenband (mediale band) en de buitenband (laterale band) bevinden zich aan de linker- en rechterkant van het kniegewricht. Zij zorgen voor stabiliteit en voorkomen dat de knie zijwaarts buigt.

Kruisbanden voorkomen draaibewegingen

Centraal in het kniegewricht liggen de twee kruisbanden, de voorste kruisband en de achterste kruisband. Deze kruisbanden zorgen ervoor dat het onderbeen stevig vast blijft zitten aan het bovenbeen. Ze voorkomen dat het onderbeen naar voren of naar achteren verschuift.
Daarnaast voorkomen de kruisbanden bepaalde draaibewegingen tussen het boven- en onderbeen. De voorste kruisband is een van de belangrijkste banden van de knie.

De knie: de meniscus en de kruisband

Elke trainer en coach krijgt er in zijn carrière wel eens mee te maken: een speler of speelster met een knieblessure. Er zijn knieën die beroemd zijn geworden. Lang geleden de knie van Jan Mulder, minder lang geleden die van Ruud Gullit, en nog recentelijker die van Ruud van Nistelrooy. Waarschijnlijk zou de knie van Jan Mulder niet zo beroemd zijn geworden als hij tegenwoordig voetballer was geweest. De chirurgische ontwikkelingen in de afgelopen twintig à dertig jaar hebben er voor gezorgd dat de meeste (top)sporters ondanks ernstige (knie)blessures hun carrière kunnen voortzetten.
De enkel raakt als gewricht vaker beschadigd, maar het letsel van een knie heeft meestal meer impact. Er zijn talloze letsels van de knie mogelijk, te verdelen in acute (traumatische) versus chronische (overbelasting)letsels en intra-articulair (in het gewricht) versus extra-articulair (buiten het gewricht). Globaal gezien vinden de acute letsels meer plaatsin het gewricht en de chronische overbelastingsblessures meer buiten het gewricht, hoewel dit lang niet altijd op gaat.

De voetbalknie

De meest bekende knieblessure is het ‘voetbalknietje’: de gescheurde meniscus. De meniscus is een op kraakbeen lijkende structuur in de vorm van een halve maan, die een schokdempende en stabiliserende functie heeft in de knie. Door een verkeerde draai kan de meniscus ‘geplet’ worden en kan er een scheur ontstaan in de meniscus. Maar ook door het verouderingsproces kunnen scheurtjes in de meniscus ontstaan.
De meniscus is – behoudens de rand ervan – slecht doorbloed, waardoor beschadigingen niet tot nauwelijks herstellen. Bij een zogenaamde randscheur is het mogelijk de meniscus te hechten, in de meeste andere gevallen dient het beschadigde stukje meniscus via een kijkoperatie te worden verwijderd. Als het stukje meniscus is verwijderd, groeit het niet meer aan.
Er wordt soms nogal makkelijk gedacht over het (deels) verwijderen van de meniscus, als ware het een stukje overtollig weefsel, zoals de blinde darm. Maar de meniscus heeft wel degelijk een belangrijke functie. Het verwijderen ervan betekent (afhankelijk van de grootte van het te verwijderen deel) een vermindering in stabiliteit en een verhoogde kans op slijtage en beschadiging van het onderliggende kraakbeen.
Indien mogelijk zal de meniscus dus gespaard dienen te worden, en dat kan tegenwoordig soms door deze te hechten. Het nadeel van hechten is dat de revalidatie langer duurt omdat de meniscus weer aan elkaar moet groeien. Daarnaast bestaat het risico dat het hechten mislukt en er alsnog het stuk meniscus moet worden verwijderd.
Sporters (en in mindere mate trainers) hebben vaak een kortetermijnvisie. Ze willen zo snel mogelijk weer kunnen sporten, en brengen maar moeilijk het geduld op voor een vier tot zes weken langere revalidatieperiode. Daar ligt mede de taak van de sportarts: de geblesseerde sporter de juiste keuze te laten maken en hem of haar ervan te doordringen dat de snelste weg naar sportherstel niet altijd de beste is!
Na de operatie dient tijd uitgetrokken te worden voor de revalidatie. Er is iets veranderd in de knie, dus de knie moet zich aan de nieuwe situatie aanpassen. Daarnaast is er de invloed van de operatie zelf. Pijn en vocht in de knie zijn de belangrijkste indicatoren in het revalidatieproces. In de eerste week na de operatie dient het lichaam weer gewrichtsvocht aan te maken, en dient de revalidant zich bij voorkeur te bewegen met behulp van krukken. Er kan al wel worden gestart met spierversterkende oefeningen van de bovenbenen.
Vervolgens kan al naar gelang de symptomen en het niveau van de sporter de belasting worden opgevoerd. Maar het is uitgesloten dat een sporter na een knieoperatie onmiddellijk weer kan spelen!

Revalideer jij al in het  fc kruisband revalidatie shirt

Kapotte kruisbanden

Een andere veel voorkomende blessure, vooral bij contact- en balsporten, is letsel van de voorste kruisband. Vroeger betekende een kapotte kruisband vaak het einde van de sportloopbaan. Tegenwoordig kun je als voetballer nog een grote carrièremove maken, zoals Ruud van Nistelrooy heeft laten zien.
De kruisband zorgt voor stabiliteit van de knie in voor- en achterwaartse richting, maar ook bij draaibewegingen. Vooral bij draaibewegingen is de kruisband vrijwel onmisbaar. In de meeste gevallen is er geen tegenstander betrokken als een kruisband scheurt; het gebeurt vaak in een draaibeweging, waarbij de knie naar binnen knikt en het bovenbeen naar buiten draait, terwijl het onderbeen blijft staan, een zogenaamd exorotatie-valgusstresstrauma. De blessure komt vooral voor in het voetbal, het hockey en het korfbal, maar ook in skiën. Vaak wordt op het moment zelf een knap gehoord. Binnen een uur treedt dan meestal een zwelling op.
Het te volgen beleid na de diagnose is afhankelijk van de aard van de sport, en (in mindere mate) van het niveau waarop de geblesseerde zijn sport wil (blijven) beoefenen. Sommige artsen kiezen ervoor om eerst de knie weer ‘op te trainen’, en wachten af hoe de knie functioneert na het revalidatieproces. Helaas gaat het daarna – vroeg of laat – vaak toch weer mis, waardoor alsnog een operatie moet plaatsvinden: de voorste kruisbandplastiek. Een bijkomend gevaar bij het opnieuw ‘door de knie gaan’ is dat nog meer schade in de knie ontstaat, in de vorm van letsel aan de meniscus en/of het kraakbeen. Naar de huidige inzichten lijkt het verstandiger om direct na te denken over het plaatsen van een nieuwe voorste kruisband – als de geblesseerde tenminste zijn kniebelastende sport wil blijven beoefenen.
Die keuze zal vooral gelden voor jongere voetballers, korfballers, hockeyers, basketballers, et cetera. Een hogere leeftijd is op zich geen reden om níet te opereren, maar met het vorderen der jaren is het vaak wel beter om te kiezen voor sporten als tennis, hardlopen en wielrennen, die de knie minder belasten. De voorste kruisbandoperatie is een redelijk ingrijpende operatie, vooral voor wat betreft de revalidatie. De operatie zelf vergt maar anderhalf uur, daarna moet men zich zes weken op krukken voortbewegen. Het duurt over het algemeen een jaar voordat de sporter weer wedstrijdfit is. De keuze voor zo’n traject heeft een grote impact op zowel het sportieve als het dagelijkse leven. Meestal lukt het de sporter weer om op het oude niveau terug te komen, maar het lijkt erop dat er, afhankelijk van de sport die beoefend wordt, een verhoogde kans is op vervroegde slijtage van het gewricht.
Beter blijft het om dergelijke blessures voorkomen! Coaches spelen daarin een belangrijke rol. In Noorwegen is het gelukt om met een speciaal trainingsprogramma het aantal voorste kruisbandletsels bij jonge handbalsters met vijftig procent te verminderen. De uitdaging is dit ook bij andere sporten te bewerkstelligen!

Relevante artikelen