In Dullens, Legends

19 juni 2008

 

Voetbal Limburgse Johan Cruijff stortte in na Oranje-succes

Willy Dullens:
voor altijd een ‘blessuregeval’


Willy Dullens was beter dan Cruijff, zei men. Maar toen raakte hij geblesseerd.

In het restaurant van het stadion van Fortuna Sittard hangen jeugdspelers van de Limburgse voetbalschool in fauteuils. Ze turen naar de laptops op hun schoot. Een oudere man loopt binnen, zijn O-benen verraadden dat hij oud-voetballer is. Hij begroet een paar jongens die hij kent van Fortuna Sittard. ‘Dag meneer’, groeten zij terug, opkijkend vanaf hun scherm.

Zouden ze weten wie hij is? Dat hij de Limburgse Johan Cruijff werd genoemd? Dat hij vier interlands speelde, maar dat het er pakweg zestig hadden moeten zijn? Dat een verrotte knie zijn carrière al verwoestte voordat-ie goed en wel begonnen was?

Willy Dullens heet hij, een charmante man van 63 jaar. In zijn tijd als voetballer reisden spelers nog per trein naar uitwedstrijden. Het contrast met de jongens en hun laptops kan bijna niet groter. ‘Ach ja, het is de tegenwoordige tijd hè’, zegt Dullens. ‘Wij hadden vroeger geen computers, dus je ging sneller de straat op om te voetballen. Eerlijk gezegd heb ik er wel eens moeite mee. De spelers van Fortuna trainen één keer per dag, ongeveer anderhalf uur. Dat is toch niets? Als ik daar over begin, dan zeggen ze: je moet aan de arbeid-rustverhouding denken, Willy. Maar als je hogerop wilt komen, dan moet je daar energie in steken.’

Zelf was hij, de frêle aanvaller van Sittardia, een perfectionist. Hij trainde acht uur per dag, op het maniakale af. Thuis had hij een zelfgemaakt roeiapparaat en in zijn tuin stond een kopgalg. ‘Urenlang stond ik te springen. Ik ben maar een klein mannetje, maar op een gegeven moment sprong ik 2,23 meter hoog. Ik ging net zo lang door totdat ik tevreden was. Als ik dan op bed lag, verheugde ik me al op de volgende dag: dan mocht ik weer gaan trainen. Eerlijk gezegd vraag ik me af of profs van tegenwoordig er ook zo over denken.’

Een lange jongen van de voetbalschool loopt langs zijn tafeltje. Dullens merkt op: ‘Die lange kan een hele grote worden. Maar ja, te knap, hè. De meiden zwermen nu al om hem heen.’

Hoe was dat vroeger met u?
‘Ach jongen, daar had ik geen tijd voor. Ik leefde voor het voetbal. Ik lag elke avond om tien uur op bed. Eén keer werd dat tien minuten later. Ik heb toen de hele nacht liggen woelen uit schuldgevoel. De volgende dag raakte ik geen bal.’

Willy Dullens moet een briljante voetballer zijn geweest: snel, technisch, intelligent. Een sensatie op de Limburgse velden, voetballer van het jaar in 1966 en net zo goed als Cruijff; elk interview met Dullens refereert daar aan.

Wordt u daar niet moe van, die vergelijking met Cruijff?
Dullens schudt zijn hoofd. ‘Welnee. Ik vind het een eer dat ik in één adem met hem wordt genoemd. Er zijn mindere voetballers op deze aarde met wie ik vergeleken zou willen worden.’

Als we naar de huidige generatie voetballers kijken, met wie zou u zichzelf vergelijken?
Glimmend: ‘Afellay!’

Dullens speelde vier interlands. In drie daarvan stond hij samen met Cruijff op het veld. ‘Johan was twee jaar jonger. Hij was een diepe spits, ik meer een aanvallende middenvelder. Hij had toen al een grote mond. Ik was een stuk bescheidener, maar we voelden elkaar perfect aan.’

Uit zijn portemonnee haalt hij het Haasje, dat elke international bij zijn debuut cadeau krijgt van de KNVB. ‘Het is een beetje afgesleten door het vele geld dat er in al die jaren langs is geschuurd. Maar het is nog altijd een dierbare herinnering. Mijn mascotte.’

Het Haasje liet hem in de steek in de zomer van 1966 toen Vitesse-verdediger Bart van Ingen tijdens een vriendschappelijke wedstrijd op zijn knie belandde. Met een gescheurde kruisband en twee kapotte meniscussen werd hij van het veld gedragen. Alles kapot: knie en carrière. Weg mooie toekomst.

De pijn was onbeschrijfelijk, zegt Dullens. En niet alleen fysiek. ‘Godverdomme, waarom moest dit uitgerekend mij overkomen? Beter dan Cruijff, maar wel gehandicapt.’

De spelers van Ajax organiseerden voor hem een benefietwedstrijd tegen Allemania Aachen in het Olympisch Stadion. ‘Na afloop van Fortuna Sittard-Ajax moest ik in de bus van Ajax komen. ‘We laten je niet in de steek, Willy’, zeiden de spelers toen. Een geweldig gebaar.’

Samen met Johan Cruijff nam hij tijdens zijn benefietwedstrijd de aftrap. Er werden mooie woorden gesproken. Cruijff bijvoorbeeld: ‘In aanleg was Willy een betere voetballer dan ik’, zei hij.

Van de opbrengst van de benefiet – 140.000 euro – kocht Dullens een kapperszaak, omdat hij ‘iets met mensen’ wilde gaan doen. ‘Stom’, zegt hij nu. ‘Ik had in het voetbal moeten blijven. Maar op dat moment kon ik dat niet aan. Het voelde zo onrechtvaardig. Ik had altijd als een asceet voor mijn sport geleefd. Waarom moest uitgerekend mij het noodlot zo treffen? Ik vraag het me soms nog steeds af. Maar die vraag neem ik mee het graf in. Er is geen antwoord op.’

En toen kwam de lente van 1988, waarin het Nederlands elftal Europees kampioen werd, Nederland Oranje kleurde en Marco van Basten tot volksheld werd uitgeroepen.

Dullens, 43 toen, stortte volledig in. ‘Van Basten kwam net terug van een blessure. Hij was zo gefocust op een terugkeer, maar Rinus Michels koos voor John Bosman in de eerste wedstrijd tegen Rusland. ’s Avonds in bed lag ik te malen: waarom geeft Michels Marco geen kans? Ik identificeerde me helemaal met Van Basten die zoveel pech had gehad met zijn enkel. Wat mij was overkomen, moest hem bespaard worden. Ik ging daar helemaal in op.’

Zijn vrouw was de eerste die voorzichtig opperde of hij misschien niet overspannen was. ‘Ik, overspannen? Kom nou, zoiets zou mij toch niet overkomen?’ Een paar dagen later zat hij in het ziekenhuis te praten met een psycholoog. Urenlang. Over zijn voetbalcarrière, het abrupte einde, het gevoel van onrecht. ‘Het kwam er allemaal uit. Ik ben uiteindelijk acht maanden uit de running geweest. Daarna heb ik mijn leven weer opgepakt. Die psycholoog heeft mij geleerd te relativeren. Er zijn ook heel veel dingen wél goed gegaan in mijn leven: ik heb een lieve vrouw, prachtige dochters en beeldschone kleinkinderen. Wat wil ik nou nog meer?’

Maar toch, de wond zal nooit helemaal helen. ‘Soms denk ik wel eens: zouden we met mij wél wereldkampioen zijn geworden in 1974? Vind je dat raar?’

Wat Dullens goed deed, was dat Johan Cruijff hem selecteerde voor zijn ‘Elftal van de Eeuw’, een paar jaar geleden. Hij laat het shirt zien waarmee hij die avond speelde: nummer 7. ‘Van tevoren dacht ik: ze zullen mij toch niet vergeten? Maar Johan was de eerste die mij belde voor die avond in de Arena. Ik geloof dat ik drie ballen heb geraakt, maar het was een geweldige ervaring.’

In 2000 werd Dullens afgekeurd als kapper: gescheurde pees in de schouder. Wéér blessureleed. Tegelijkertijd hing directeur Theo Mommers van Fortuna aan de lijn: ‘Een beetje laat, Willy, maar wil je ons gaan adviseren op technisch gebied?’

Dullens kon wel janken van geluk. ‘Waar de ene blessure mij verwijderde van het voetbal, bracht de andere mij juist weer terug. Je kunt mij elke dag langs het voetbalveld zetten. Wat zou het mooi zijn als ik op een dag de nieuwe Willy Dullens ontdek.’

 

bron: deondernemer.nl









Recente artikelen

Laat een reactie achter

0