In Feyenoord, Vlaar

5 juni 2014

 

Ron Vlaar maakt zich op voor het tweede eindtoernooi in zijn carrière. Was de verdediger van Aston Villa op het EK van 2012 nog geen basisspeler, op het WK in Brazilië lijkt hij dit wel te worden. Vlaar had al meer eindtoernooien kunnen spelen, maar door blessures miste hij het EK van 2008 en het WK van 2010.

‘Ik denk niet dat de Ron Vlaar uit 2005 op dit WK had kunnen spelen. Ook de Vlaar die in 2010 vlak voor het WK afviel niet trouwens’, zegt Vlaar in de Telegraaf. De verdediger kreeg in zijn carrière regelmatig met tegenslagen te maken. Zo scheurde hij in 2007 en in 2008 (bij Feyenoord) zijn voorste kruisband af in zijn knie. ‘Natuurlijk waren die blessures moeilijk. Maar ze hebben me óók gevormd tot wie ik nu ben. Je weet nooit wat er was gebeurd als ik niet geblesseerd was geweest. Ik heb heel hard geknokt en ben er trots op dat ik hier nu sta. Het is niet niks om van twee gescheurde kruisbanden op niveau terug te komen. Zeker na de tweede klap was het in mijn hoofd onrustig. Ik kwam net uit het medische traject en moest opnieuw beginnen. Dat was heel frustrerend. Dan denk je wat gaat er nu gebeuren? Ik ben er zo twee jaar uit.’

Het WK van 2010 kwam voor Vlaar te vroeg. ‘Ik had er net weer één seizoen bij Feyenoord op zitten en was heel anders met voetbal bezig. Het gaf mij een enorme boost dat Bert van Marwijk me in de voorlopige selectie opnam, maar lichamelijk was ik nog niet klaar voor het toernooi.’ “Je moet die tijd achter je laten”, gaat hij verder. “Ik was fit, wilde meer en beter, elke kans grijpen om een sterkere verdediger te worden. Dan ben je niet meer blij dat je er weer bent, maar ben je meer dan ooit met topsport bezig.”

‘In Engeland ligt het tempo veel hoger, dus dat is wel een verschil. Maar het gaat er ook om hoe je buiten de wedstrijden en trainingen om voor je lichaam zorgt. Daar heb ik heel bewust keuzes in gemaakt, gewoontes van gemaakt. Als je niet fit bent, kom je vroeg of laat in de problemen. Misschien zijn er uitzonderingen – jongens die uitzonderlijke kwaliteiten hebben – maar daar ben ik er geen van. Ik moet gewoon heel hard werken om alles op orde te hebben. Daar heb ik ook geen problemen mee, want het hoort er bij mij gewoon bij. Als je een juiste balans vindt tussen belasting en belastbaarheid, denk ik dat je zestig wedstrijden in een seizoen moet kunnen spelen.’









Recente artikelen

Laat een reactie achter