In 90's, Blackson

juli 2013

 

Dwight Blackson

Dwight Blackson (41) was in de jaren tachtig hét supertalent van Feyenoord.
In de A-junioren werd de spits topscorer van Nederland en tussen alle pareltjes van Ajax en PSV straalde zijn ster in de jeugdelftallen van Oranje misschien wel het felst. Toch bleef de alom verwachte topcarrière uit. De Hagenees kwam tot slechts 15 duels in Feyenoord 1 door die ene brute tackle, privéleed en een club in verval.

 

De wedstrijd die mijn leven veranderde…

16 mei 1991,
Feyenoord 2 – AZ 2:  3-2

,,Het was een donderdagavond op Varkenoord. Ik vroeg en kreeg de bal in mijn voeten en wilde opendraaien. Op dat moment maakte mijn directe tegenstander een buitensporige sliding vol op mijn linkerknie. Mijn hele gewricht lag aan diggelen. Nog erger als die van Jonathan Reis onlangs. Mijn knieschijf was voor driekwart gescheurd, mijn meniscus en kraakbeen raakten zwaar beschadigd en mijn voorste en achterste kruisband scheurden af. Mijn knie was net een ballon.

Toen de uitslag van de mri-scan bekend werd, geloofde niemand bij Feyenoord meer in een volledig herstel. Maar ik was in 1987 ook weer op niveau gekomen na een andere zware operatie. In de B’s had ik heel erg last van mijn onderrug. Dat werd toegeschreven aan een aangeboren vergroeiing van mijn rechterbeen. Om de x-stand te verhelpen, zaagden artsen mijn bot in. Ik moest opnieuw leren lopen en revalideerde lang in Zeist. Toen al waren er bij Feyenoord twijfels, maar eenmaal fit werd ik bij de A’s meteen topscorer van de Coca Cola jeugdcompetitie. Met dat scenario in mijn achterhoofd was ik vastbesloten ook nu weer sterker terug te keren.

Ik bezocht chirurg Rene Marti, die eerder ook Marco van Basten en Ruud Gullit geopereerd had. Dankzij hem en twee fysio’s in Rotterdam kwam ik ook terug, maar mijn belofte heb ik daarna nooit meer in kunnen lossen. Het kampioensteam van Willem van Hanegem beschikte over Jozsef Kiprich en John van Loen. Die concurrentie was mijn knie te machtig. Meer moeite had ik met de manier waarop alles voor mijn zware blessure gelopen is. In de voorbereiding op het voetbaljaar 1989-1990 mocht ik bij de eerste selectie van toen Pim Verbeek aansluiten. Dat moment viel samen met de dood van mijn Haagse maatje Jeffrey Senn van Basel. Hij speelde een lichting hoger in de Feyenoord-jeugd, maar met hem reisde ik jarenlang samen vanuit Den Haag naar Varkenoord. Op 2 april 1989 werd hij neergestoken in het uitgaansleven, omdat hij een ruzie wilde sussen. Eerder overleed er ook al een Feyenoord-maatje van me, Edwin Baars. Hij kreeg geelzucht, binnen een week was hij dood…

Door al die gebeurtenissen relativeerde ik het profbestaan en kreeg daardoor, eenmaal bij het eerste elftal, het verwijt dat ik niet leefde voor mijn sport. In combinatie met de slechte situatie van de club heeft dat mijn doorbraak uiteindelijk echt in de weg te staan. Feyenoord balanceerde op de rand van een faillissement en eindigde in mijn eerste seizoen bij de selectie als elfde. In die tijd had ik concurrentie van Piet Keur en Wlodi Smolarek en Verbeek koos voor zekerheid met hen. Ondanks mijn optreden in Rotterdam AD Toernooi in de voorbereiding. Ik scoorde als 18-jarig broekie de winnende in de finale tegen FC Porto en kweekte daarmee – gezien mijn reputatie in de jeugd – een enorm verwachtingspatroon bij het publiek en de media.

Die potentie is er nooit uitgekomen. Ik ben uiteindelijk op slechts vijftien duels blijven steken voor Feyenoord en in 1994 vertrokken. Ik liep succesvolle stages bij Middlesbrough en Sheffield Wednesday. Feyenoord vroeg alleen te veel voor me en een transfer ketste af. Dat was de druppel. Eerder was al gebleken dat mijn eerste operatie helemaal niet nodig was. De klachten van mijn onderrug kwamen door overbelasting… Dat ik na mijn tweede zware blessure een week moest wachten op een mri-scan zat me ook nog steeds niet lekker. Datzelfde weekeind raakte Henk Fräser geblesseerd en die lag dezelfde avond nog in de scan. Nu lag Feyenoord weer dwars. Ik was er klaar mee. Het laatste deel van het seizoen erop heb ik toch nog even voor ADO Den Haag in de nacompetitie gespeeld, maar omdat die club financiële problemen had, hield dat ook snel weer op. Vervolgens heb ik nog bij de amateurs van Holland en Swift Boys gespeeld. Daarna dreef ik helemaal van het voetbal af.

Ik startte een koeriersbedrijf, kledingzaak en uitzendbureau. Pas toen mijn zoontjes gingen voetballen, begon het weer te kriebelen. Inmiddels run ik een voetbalbedrijf dat individuele trainingen op maat geeft in de regio Rotterdam, ben ik trainer van Barendrecht B1 en wil ik mijn dipoma TC 1 halen.”

Bron: ELFVOETBAL, juli 2013
Tekst: Martijn Mooiweer









Recente artikelen

Laat een reactie achter

0