Lieven Maesschalck

“Mijn visie is mijn slogan: move to cure! Genezen door juist te bewegen.”

Lieven Maesschalck is gespecialiseerd in:

  • Complexe orthopedische blessures

Lieven Maesschalck is zonder twijfel één van de bekendste kinesist/fysiotherapeut van België en een hele grote naam in de wereld van sportrevalidatie. Maesschalck behandelde al vele topsporters onder wie: Romelu Lukaku, Luca Modric, Vincent Kompany en Filippo Inzaghi. Hij werkte bij de grootste clubs zoals Real Madrid, Chelsea en AC Milan. Van 2001 tot na het WK 2018 in Rusland was hij diverse keren betrokken bij de medische staf van de Rode Duivels.

In Antwerpen heeft Maesschalck sinds 2001 twee praktijken: Move to Cure. Hier helpt hij en zijn team professionele atleten, amateursporters en niet-sporters.

Lieven Maesschalck

Op dinsdag 21 augustus had ik een afspraak met fysiotherapeut Lieven Maesschalck in Antwerpen. Na ontvangst in zijn revalidatiecentrum Move to Cure spraken we verder over kruisband blessures, revalidaties en zijn werkwijze op een terras aan (de Godefriduskaai) de haven van Antwerpen.

De indruk die ik kreeg van Lieven Maesschalck tijdens ons gesprek kan ik het best omschrijven als een vakidioot met veel passie, enthousiasme en energie. Dat samen met een unieke, inhoudelijke en vooruitstrevende kijk op revalideren en blessures maakte het een zeer interessant en inspirerend gesprek.

Move to Cure
“Mijn ogen zijn getraind om te zien hoe men beweegt en of dit juist is. Mijn visie is mijn slogan: move to cure! Genezen door juist te bewegen. Mensen kunnen meer dan ze denken. Maar ze moeten op de juiste manier bewegen. Dat is wat wij aanreiken, een bewegingspatroon. Ik werk heel interactief: de meest gemotiveerde patiënt is de patiënt die actief meedenkt.
Neuraal trainen is de toekomst: de nauwe integratie van brains en spieren. Dat is fantastisch. Mensen moeten zich veel meer bewust worden van wat ze doen met hun lichaam.”

 

Ik begin waar een ander stopt
“Als je mij zou vragen of ik alleen met topsporters wil werken, zeg ik neen. Ik heb de input van gewone patiënten nodig. Zij inspireren mij tot nieuwe ideeën en werkwijzen. Met hen moet ik in minimale tijd het maximum aan resultaat bereiken. Dat is echt fascinerend. Daarom wil ik mij ook niet verbinden aan één club. Als je voor één club werkt, moet je vooral eerstelijnszorg doen. Dat heb ik nooit gedaan. Ik begin waar een ander stopt. Dat maakt de uitdaging zo groot. Voor één club werken zou me te weinig challengen.”

 

Is het belangrijk om een fysio te vinden die je sport begrijpt?
“Nee dat is helemaal niet belangrijk. Ik geef je een voorbeeld: Judoka Gella Vandecaveye scheurde twee maanden voor de Olympische Spelen in Sydney in 2000 haar voorste kruisband. Door een goed traject met haar op te zetten, kijken hoe ze zich normaal voorbereide en hierop een specifiek plan te maken, ging ze naar de Spelen en behaalde ze brons. Het was medisch perfect mogelijk. Als het doel de Spelen is, dan vraagt de patiënt om verder te gaan dan anders. Maar ik ga niet blindelings te werk. Als mijn kansen vijftig procent zijn, dan ga ik ervoor. Bij Gella Vandecaveye was de lichamelijke schade al geleden: haar knie was kapot. De vraag was hoe we de ongemakken konden minimaliseren zodat ze toch de mat op kon.”

How to re-program your brains all the time?
“Het is zo dat je ook angst hebt om dingen opnieuw te gaan belasten. Voor het lichaam blijft dat een prikkel dat dat niet hetzelfde is als vroeger. Het is inderdaad: How to re-program your brains all the time? Dan zie je inderdaad dat je mentaal volledig terug de oude moet zijn en ook je kruisbandblessure kunnen ‘vergeten’. Je kan bijvoorbeeld ook post-traumatische stress hebben, waarbij je hersenen steeds terugdenken aan dat trauma, en waarbij je de hele tijd dat beeld voor je ziet. Vandaag wordt daar wel steeds meer rekening mee gehouden.”

 

Wat is het grote verschil in de revalidatie tussen een topsporter en een recreatieve sporter?
“De druk, de tijd, de skills die je wil bereiken, … Maar eigenlijk wat wel is, is dat je in beide gevallen dezelfde attitude moet hebben. Als je niet-topsporter bent, dan moet je toch een drietal keer in de week naar de kinesist gaan. Dat moet je dan kunnen inplannen in het dagelijks leven, en dat is niet altijd even eenvoudig. Maar je moet eigenlijk even efficiënt kunnen werken. Met hetzelfde doel en resultaat als een topsporter voor ogen. Je kan wel rekening houden met enkele dingen, zoals bijvoorbeeld de leeftijd, maar de approach moet eigenlijk hetzelfde zijn. Het belangrijkste doel van de kinesist hierbij is om de mensen te blijven motiveren. Niet enkel tijdens de oefeningen in de praktijk, maar ook om thuis zelf dingen te doen. Het grootste verschil tussen beiden is dus wel de tijdsdruk.”

img_4395
img_4394